Wat is het probleem? (Hans Van de Cauter)Gisteren was ik in een grootwarenhuis alsook in een doe-het-zelf-winkel, allebei gelegen in het Brussels “conflictgebied�. Ik werd er zeer vriendelijk en goed bediend in het Nederlands door twee competente Franstalige bedienden ! Een mirakel, nee? ! Gelet op het prachtige lenteweer maakte ik ook een uitstapje naar het Atomium om enkele foto’s te nemen. Daar zag ik mijn Nederlandstalige landgenoten met bewondering opkijken naar dit schitterend symbool van het unitaire België. Het leven is mooi. ’s Middags, toen ik thuis kwam, keek ik naar het journaal van de VRT (waar is de tijd van de goede, oude BRT?). Toen werd het plots bloedernstig. Een donderslag bij blauwe hemel. Eén van de hoofdpunten was dat de communautaire spanning tussen “Vlamingen� en Franstaligen weer aan het stijgen was. Sorry, mensen van de publieke omroep, daar heb ik echt niets van gemerkt, hoor. Misschien leven jullie, journalisten, wel in een andere wereld: de wereld van de fantasie, die jullie voor de werkelijkheid nemen. Of misschien zien jullie teveel traditionele politici want die kunnen ook veel fantaseren op onze kosten, nietwaar. Ik weet het wel, ze zijn verkozen, maar over de omstandigheden waarin dat gebeurd is, zullen we maar zedig zwijgen. Dus, mijn vraag en die van de B.U.B. aan de traditionele politici en de journalisten blijft: wat is eigenlijk dat fameuze communautair probleem? Is België geen prachtig klein en veelkleurig landje, vooral als de zon schijnt? Een paradijs op aarde? Hans VAN DE CAUTER admin Anonieme online discussies: de onverbloemde feiten (Peter Thijssen)Dit artikel maakt deel uit van een uitgebreider artikel "Het is stil waar het nooit waait. Publieke opinie en online politieke fora" dat werd geschreven door Peter Thijssen, docent van de Universiteit Antwerpen (Departement Politieke Wetenschappen), in reactie op de actie van CD&V senatoren Pol Van Den Driessche en Els Schelfhout. De Universiteit Antwerpen voerde een sociologisch onderzoek in het forum van Politics.be en beschikt voorlopig als enige over uitgebreid cijfermateriaal. Het volledige artikel van Peter Thijssen wordt waarschijnlijk gepubliceerd in het politiek tijdschrift Sampol. Empirische gegevens tonen alvast aan dat de anonimiteit belangrijk is voor de deelnemers aan online politieke fora. Uit een websurvey (n= 1330), die we in 2006 deden bij het publiek van het online politieke forum Politics.be, bleek dat slechts 31,5% van de ondervraagden het (helemaal) oneens was met de stelling: ‘Ik neem deel aan het forum omdat ik hier anoniem mijn standpunten kwijt kan’. Het overgrote deel van de huidige online posters zullen dus waarschijnlijk afhaken als ze hun meningen niet langer anoniem kwijt kunnen. Dit zou echter geen probleem zijn als het juist die afhakers zijn die de online publieke fora misbruiken voor scheldtirades en persoonlijke vendetta’s. De omvang van de groep van de afhakers wijst evenwel eerder op het tegendeel. Men moet de problematiek van het schelden overigens ook tot zijn juiste proporties terugbrengen. Bij een analyse van vijfentwintig toevallig gekozen threads (samen goed voor 3619 posts) uit het binnenlands forum van Politics.be -dit is een reeks een aaneengeschakelde reeks van posts over eenzelfde thematiek- vonden we slechts in 243 posts scheldgedrag terug. Dit wil zeggen dat in 93,3% van de interventies geen sprake is persoonlijke verwensingen. Dit relatief lage aantal scheldposts wordt in de hand gewerkt doordat online gemeenschappen vaak zelf negatief reageren op posters die al te vaak hun toevlucht nemen tot flaming. Sociale controle is niet alleen beperkt tot contexten met expliciet face-to-face contact tussen duidelijk identificeerbare personen. Dat online posters doorgaans veel waarde hechten aan hun anonimiteit is overigens gemakkelijk te verklaren. Zo staan de bovenstaande gegevens niet los van het feit dat de dissidente stemmen relatief oververtegenwoordigd zijn op politieke fora. Niet minder dan 19,8% en 31,2% van onze Politics.be-steekproef plaatst zich respectievelijk aan het extreem-linkse (0, 1 en 2) en het extreem-rechtse (8, 9 en 10) uiteinde van de elfpunten links-rechts zelfidentificatieschaal. Dit is aanzienlijk meer dan men in representatieve steekproeven terugvindt. Volgens de theorie van de zwijgspiraal (Noelle-Neumann, 1974) zou men verwachten dat mensen wiens overtuigingen ingaan tegen die van de meerderheid eerder zullen zwijgen uit vrees voor sociaal isolement. Deze zwijgtendens wordt evenwel aanzienlijk gemilderd indien men zijn mening anoniem kwijt kan (Scheufele & Moy, 2000). Als men alle stemmen uit het politieke koor wilt horen, moet men dus de prijs van de anonimiteit betalen. Peter Thijssen admin Een nieuwe zerk op hetzelfde graf (Jan Vandenbussche)VU, ID-21, Spirit, en wat nu...? De partij Spirit, Belgisch kampioen ‘naamsverandering’ op de korte afstand, houdt zaterdag een congres waarop ze haar toekomstproject en een nieuwe naam zal bekendmaken. De beslissing is zogezegd een uitloper van de slechte verkiezingsuitslag in 2007, maar eigenlijk zit het probleem veel dieper. Spirit is niet op sterven na dood, het heeft de geest al lang gegeven. De doodsstrijd die nu gevoerd wordt komt te laat om de partij (wederom) nieuw leven in te blazen. Spirit moet drijven op de hoop dat het in staat is een aanvaardbare bestaansreden te verzinnen. En precies die bestaansreden is ver te zoeken. Zoals Bart Brinckman in De Standaard van 11 april 2008 terecht opmerkt was het kartel SP.A/Spirit slechts voor twee verkiezingen gemaakt. In 2003 haalden de zichzelf proclamerende links-liberalen via mooie (opvolgers-) plaatsen zeven zetels binnen, maar Lambert en Anciaux beseften toen al dat hun electoraal kaskrediet in het rood begon te raken. De tanende populariteit van Crying Bert, die samen met de kartelformule een groot stuk van de populariteit van Spirit op zijn conto mocht schrijven, is daar niet vreemd aan. Geert Lambert heeft de Anciaux-fakkel ook nooit ernstig kunnen overnemen. Je moet namelijk meer doen dan de politiek door een groene bril te bekijken. En één zetel blijft één zetel, ook al neem je twee plaatsen in. Met Bettina Gysen aan het roer van de partij hoopte de partij haar deus ex machina binnengehaald te hebben om de ultieme revival te bewerkstelligen, maar sinds het aantreden van Gysen profileert Spirit zich nog meer als een linkse en socialistische kiesvereniging. In het links-liberalisme waar de partij altijd zo prat op gaat valt het liberalisme ver te zoeken. Een nieuwe naam verzinnen zal niet bijdragen tot een revival. Een nieuwe naam is slechts de doodsreutel van een terminale patiënt die teert op vergane glorie en naïeve nostalgie. Cosmetische marketing om het aanstormend lijk presentabel te maken. Een nieuwe zerk op hetzelfde graf. In nomine Patris, et Filii, et Spiritus Sancti, Amen. Jan Vandenbussche admin Lessen uit running for president (Herman Van Rompuy)Voorzittersverkiezingen zijn voor een partij altijd een delicaat moment. Daar worden de kaarten gelegd voor de electorale slagkracht en de politieke lijn van de partij. Het profiel van de voorzitter speelt hierbij een belangrijke rol. Is dit proces een democratisch gebeuren of wordt de partijvoorzitter "op een sofa" aangeduid door de partijtop van dat moment? Op 11 april moeten de kandidaturen voor het CD&V- partijvoorzitterschap binnen zijn. Tot hiertoe heeft niemand zich aangemeld. Ongetwijfeld zijn er kandidaten gepolst; anderen wikken en wegen hun kansen. Tot in het midden van de jaren negentig werd de CVP-voorzitter gekozen door de congresafgevaardigden; na 1995 zijn alle leden stemgerechtigd. Terugduiken in de geschiedenis van de CVP en CD&V leert dat elke voorzitter het product is van specifieke omstandigheden en hij (of zij) wordt het maar als het hem (of haar) "gevraagd" wordt. Wilfried Martens beschrijft in zijn Memoires dat hij na de (zoveelste) verkiezingsnederlaag van CVP in 1971 door de groep veertigers in de partij werd "gevraagd" de partij te gaan leiden nadat Leo Tindemans , de gedoodverfde kandidaat , besloten had om minister te blijven . Ook de toenmalige CVP- bonzen Jos De Saegher en R. Vandekerckhove (uittredend CVP-voorzitter) steunden hem. Op het CVP-congres had hij wel een 60-jarige tegenkandidaat (een Gents conservatief) maar hij werd glansrijk verkozen ( 271 stemmen of 83%). Martens werd opgevolgd door Tindemans. In zijn Memoires schrijft hij hierover: "De CVP organiseerde op 1 april 1979 een congres over de regeringsdeelname. Het congres verliep anders dan gepland. Verscheidene sprekers vroegen onder stijgend applaus dat Tindemans de taak van partijvoorzitter wilde overnemen. Jan Verroken vroeg zelfs op de man af of ik op zulk appel wilde antwoorden. Ik oordeelde nu dat het mijn plicht was het voorstel te aanvaarden als het congres het werkelijk verlangde. Daarop ontstond een staande ovatie. Nadien zou dit plebisciet worden bevestigd op een statutaire vergadering." Op dat fameus congres in de Magdalenazaal behoorde ik als CVP- Jongerenvoorzitter ook tot de sprekers. Bij de aanvang ervan vroeg Herman om mijn tekst even te mogen nalezen en voegde er een handgeschreven zin aan toe: " wij zijn de hetse tegen Leo Tindemans kotsbeu".Achteraf heb ik mij vaak de vraag gesteld of het optreden van Tindemans op dat congres wel zo "spontaan" was als voorgesteld. Herman en Hugo De Ridder weten er meer over. In 1981 werd parlementslid en minister van Defensie Frank Swaelen na de Regeringsvorming Martens-Gol door het partijbestuur aangeduid als waarnemend voorzitter en in maart 1982 haast unaniem bevestigd door het CVP- congres en dit zonder tegenkandidaat .Na de dramatische nederlaag van 1981 en het conflict Martens-Tindemans was Swaelen de diplomatieke rustbrenger en consensusfiguur die een groot respect genoot van de partijbasis. Toen Swaelen in 1988 Senaatsvoorzitter werd was de partijtop ( Martens, Dehaene en Swaelen) van plan om Wivina Demeester partijvoorzitter te maken. Ze maakte hierbij de fout door te vroeg haar kandidatuur bekend te maken in de pers ( I' m running for president!"). Persoonlijk had ik als jong parlementslid ook ambities en kondigde bij verrassing mijn kandidatuur aan. Plots ontstond er hierdoor evenwel een cascade aan kandidaturen (o.m. Luc Martens en Johan Van Hecke) en waren we met zeven .In de pers werd smalend gesproken over de " 7 dwergen" en de partijtop wou het risico niet lopen dat Luc Martens, Van Hecke of ik tot voorzitter werden gekozen door het CVP-congres. Uiteindelijk schoven Dehaene, Swaelen en Delcroix mijn broer Herman naar voren en werd ons beleefd gevraagd onze kandidatuur in te trekken. Op het CVP- partijbestuur was hiertegen enig gemorrel maar op het CVP-congres in Antwerpen kreeg Herman een ruime meerderheid (70%) achter zich. Er was geen tegenkandidaat. In 1993 volgde Herman Mieke Offeciers op als minister van Begroting en moest er een nieuwe voorzitter komen .Ik was toen fractieleider in het Vlaamse Parlement en kaartte bij Herman Johan Van Hecke aan die fractieleider was in de Kamer . Hij genoot ook de steun van de Falstaff-groep ( K. Pinxten, S De Clerck, M. Van Peel, J. Taylor, J. Van Hecke en Eric Van Rompuy) .Herman aarzelde maar ik riep samen met J. De Roo de gezamelijke fracties samen in de Senaat om de kandidatuur van Van Hecke voor te dragen .Enkele senatoren stemden voor Delcroix (hoewel die geen kandidaat was) maar het voorstel werd haast unaniem gestemd .Ook op het CVP- partijbestuur en het congres werd de keuze zonder discussie bevestigd. Na het ontslag van Van Hecke in 1996 volgde ondervoorzitter Mark Van Peel hem statutair op als CVP-voorzitter. Toen de keuze moest worden voorgelegd aan de leden polste Karel Pinxten wel naar zijn kansen (o.m. bij mij en Delcroix) maar uiteindelijk werd Van Peel bevestigd als voorzitter .Hij genoot hierbij de uitdrukkelijke steun van Dehaene, H. Van Rompuy en L. Vandenbrande en tegenkandidaten daagden niet op. De dioxine-verkiezingen maakten een einde aan het voorzitterschap van Van Peel en Stefaan De Clerck kwam onmiddellijk en spontaan in beeld als CVP-voorzitter .Hij had het imago van "witte ridder" als justitieminister uit de periode Dutroux en was met Verwilghen op dat moment de populairste politicus in Vlaanderen. Dehaene had zich teruggetrokken en de gewezen CVP-ministers waren ongeloofwaardig om de zgn. "vernieuwing" te belichamen. In september 1999 vormde de aanstelling van De Clerck tot CVP-voorzitter dan ook geen enkel probleem. Stefaan De Clerck werd de voorzitter-stichter van CD&V maar overleefde de verkiezingen van 2003 niet. Op een vergadering in restaurant Delbeccha in Dilbeek werd door de toenmalige CD&V- top (een 15-tal aanwezigen) aan Yves Leterme gevraagd voorzitter te worden. Hij was toen fractieleider in de Kamer en had electoraal bijzonder goed gescoord. Hij aarzelde eventjes maar nam de fakkel toch over van De Clerck .Zijn verkiezing door alle leden ( in juli 2003) was een formaliteit en werd het begin van het meest succesvolle voorzitterschap sinds Wilfried Martens. Toen Leterme in 2004 na de Vlaamse verkiezingen formateur van de Vlaamse regering werd belastte hij nationaal partijsecretaris Jo Vandeurzen met het voorzitterschap. Toen deze keuze in het najaar moest worden voorgelegd aan de CD&V- leden, bleek dit geen evidentie. Ik doorbrak de zgn. consensus door in de pers te stellen dat ik er ook aan dacht kandidaat te zijn. Daarop kreeg ik onmiddellijk een telefoon van Pieter De Crem die mij zei dat ook hij overwoog om zijn kandidatuur te stellen. Ik vond op dat moment dat de partijleiding nood had aan een democratische legitimatie in een verkiezing met meerdere kandidaten. Toen op het partijbestuur Vandeurzen en De Crem hun kandidatuur bevestigden, zag ik af van mijn voornemen. Met Vandeurzen en De Crem was er keuze tussen twee duidelijk verschillende profielen. Sommigen verweten mij verdeeldheid te hebben gezaaid maar achteraf bekeken deed het de partij deugd en kreeg Vandeurzen hierdoor een bredere basis voor zijn voorzitterschap. Ook De Crem bewees met zijn 35 % dat hij populair was bij de basis van de partij en een wissel vormde op de toekomst. Iedereen was tevreden dat CD&V eindelijk bewezen had ook een reële voorzittersverkiezing aan te kunnen. Enkele maanden terug werd Etienne Schouppe (zonder duidelijke procedure) aangeduid als "interimvoorzitter" tot de regering Leterme zou aantreden op 20 maart. Tot ieders verrassing (ook van hemzelf) werd hij staatssecretaris en is CD&V nu op zoek naar een nieuwe voorzitter. Wordt het voor het eerst een vrouw? Krijgt ze 20 jaar na Wivina echt de kans "to run for president"? Moet het profiel een communautaire hardliner zijn of eerder een diplomaat die het schip zonder averij voorbij de klip van 15 juli kan leiden? Moet de voorzitter een ideoloog zijn of een pragmaticus? Iemand van de jonge generatie of de tussengeneratie? Een winnaar of iemand die anderen laat scoren? Faites vos jeux! Een stukje geschiedenis kan u wegwijs maken. Mijn verhaal "How to run for president" leert dat de omstandigheden altijd anders zijn en de profielen steeds wisselend, maar zonder "gevraagd" te worden maakt u vrijwel geen kans. Dat is de enige constante. admin Laat de rijken de crisis betalen (Els Van Weert)“2008 wordt het jaar van de waarheid voor de index�, orakelt Guy Quaden dezer dagen ten aanzien van iedereen die het horen wil. De gouverneur van de Nationale Bank voelt de hete adem van zijn Europese collega’s in de nek en lonkt nauwelijks verholen naar de afschaffing van de automatische koppeling van de lonen aan de index. Want die is al langer een doorn in het oog van het Europese neoliberaal establishment. Een selecte herenclub waartoe ook Quaden graag behoort. En waarbinnen immoreel misbruik van een instrument als de notionele interest ongetwijfeld eerder instemmend gegniffel dan kritiek oplevert. Ontluisterende praktijken toch voor iemand met socialistische roots. Redenen om de automatische koppeling van de lonen aan de index in vraag te stellen, zie ik niet. Ik steun de vakbonden dan ook in hun verzet tegen ideeën in die richting die de sociale ongelijkheid enkel zouden versterken en bovendien wel erg eenzijdig de werkgeversbelangen voor ogen hebben. Maar angst voor hervormingen in neoliberale richting ontslaat de vakbonden niet van de plicht om zelf mee na te denken over een meer sociale invulling van het indexsysteem. . Een meer sociale invulling van het indexsysteem is exact wat we met spirit beogen met onze voorstellen omtrent een rechtvaardigheidsindex. Voor ons moeten basisproducten die voor iedereen noodzakelijk zijn (voedingsmiddelen, kleding, GSM, computer, …) in de indexkorf veel zwaarder doorwegen dan luxegoederen die niet in ieders bereik liggen (dure wagens, exclusieve reizen, elektronische snufjes, …). Want het huidige indexsysteem vormt – in tijden van stijgende prijzen van basisproducten en dalende prijzen van luxeproducten – een aanslag op de portemonnee van mensen die in hoofdzaak op basisproducten zijn aangewezen. Bovendien willen we een index die wordt uitgekeerd in centen en niet in procenten. Een indexaanpassing levert dan evenveel op voor een minister of topmanager als voor een leefloontrekker, gepensioneerde, arbeider of gewone bediende. . Onze voorstellen omtrent een fundamentele hervorming van het huidige indexsysteem tot een rechtvaardigheidsindex zijn voorstellen die – daar zijn we ons van bewust – slechts op middellange termijn kunnen gerealiseerd worden: de geesten daartoe moeten rijpen, niet in de laatste plaats bij de vakbonden. Fundamentele hervormingen als deze voer je ook beter door in economisch meer stabiele tijden. . Om de huidige inflatiecrisis te bestrijden gaan inmiddels stemmen op om een indexaanpassing over te slaan, een zgn. indexsprong (zie bvb. professor Marc De Vos van de Universiteit Gent, De Morgen van 8 april). Onaanvaardbaar is dit voor mij niet, mits deze operatie uitgaat van eenzelfde sociale rechtvaardigheidsgedachte die ook aan onze voorstellen omtrent een rechtvaardigheidsindex ten gronde ligt. Laat het mij concreet maken: een indexsprong voor lonen van 4000 euro bruto of meer lijkt mij gezien de ernst van de economische crisis best verdedigbaar. Nog maar net na de aanpassing in februari van dit jaar zou ikzelf als Vlaams parlementslid na een nieuwe indexaanpassing vanaf mei maandelijks op nog eens 167 euro extra mogen rekenen. Voor ACV-topman Luc Cortebeeck vermoed ik – mij baserend op wat hij over zijn loon zelf zei in een interview met Vacature – maandelijks een extra bedrag van ca. 110 euro. En Guy Quaden – u weet wel, vier keer beter betaald dan zijn Amerikaanse ambtscollega Ben Bernanke – zou bij een nieuwe indexaanpassing maandelijks mogen rekenen op zowat 790 euro extra. . Laat ons wel wezen: geen van ons drieën heeft deze bedragen nodig om zijn of haar koopkracht op peil te houden, zoals dat dan heet. Mensen met lagere inkomens des te meer. Laat de rijken de crisis betalen, luidde het in de tijd. Dit lijkt mij een uitstekend moment om die slogan van kleinlinks op een erg verdedigbare manier om te zetten in beleidspraktijk. Meer over de rechtvaardigheidsindex en over de index in het algemeen kan je vinden op mijn themablog www.bloggen.be/rechtvaardigheidsindex Els Van Weert admin Opiniestuk. SOS Brussel! (Jan Vandenbussche)Uit verschillende onderzoeken blijkt dat de sociale kloof tussen arm en rijk in Brussel steeds groter wordt. Zo bestaat de helft van de top 10 van gemeenten met het laagste inkomen per inwoner uit gemeenten van het Brussels Gewest. Erger nog, de top drie is zelfs volledig Brussels met op één Sint-Joost-ten-Node, gevolgd door Sint-Jans-Molenbeek en Sint-Gillis. Omgekeerd: de vierde rijkste gemeente van België is Dilbeek. In vogelvlucht niet meer dan vijf kilometer verwijderd van de armste drie gemeenten van België. Volgens sommigen vormt die kloof een “reëel gevaar voor de stad en haar toekomst�. Anderen stellen dan weer dat “de situatie in Brussel zienderogen verslechtert�. Bovenstaande uitspraken zijn niet afkomstig van de mens in de straat – al denken zij hetzelfde - maar van onze eigen Brusselse politici. Brusselse minister-president Charles Picqué (PS) is verantwoordelijk voor de eerste uitspraak. Sven Gatz, Brussels en Vlaams parlementslid voor Open VLD, erkent dan weer de verslechterende situatie. Laat dit nu net de personen zijn die al jaren verantwoordelijk zijn voor het Brussels beleid en dankzij wie Brussel vandaag is wat het is. Een grotere mea culpa voor het eigen beleid is niet mogelijk, denk je dan. In één adem geven ze schaamteloos toe dat het beleid van hun eigen partijen in Brussel al jaren grandioos faalt. Met de almachtige PS, cdH, Ecolo, sp.a, Open VLD en CD&V aan het roer van het stuurloze gevaarte Brussel is dat ook logisch. Maar daar stopt het dan ook voor onze Brussels politici. De noodtoestand willen ze wel erkennen, dat ze er zelf voor verantwoordelijk zijn niet. Zo stelt mijnheer Gatz in zijn analyse dat de internationale migratie de oorzaak van de dualisering is in Brussel. Volgens hem is er nood aan een degelijk inburgeringsbeleid en een strengere aanpak van de instroom migranten. Een analyse die zowel rijkelijk laat komt als ook onjuist is. Zo staat de Brusselse toegangspoort al 15 jaar wagenwijd open voor al wie legaal of illegaal de Benelux of het Verenigd Koninkrijk binnen wil. En al 15 jaar lang staan politiek correcte partijen daar op te kijken. Meer zelfs, al 15 jaar rijden ze mekaar in de wielen. Terwijl de federale politie wil optreden tegen illegalen staan de mandatarissen van cdH en Ecolo aan de kerkpoorten soep uit te delen aan hongerstakers die maar al te best weten dat ze zonder soep veel sneller aan een regularisatie raken. Of moeten we soms de onveiligheid van de bussen in Anderlecht in de schoenen van de nieuwe asielzoekers schuiven? Cijfers De kloof tussen arm en rijk is niet de enige uitwas van de nefaste Brusselse politiek van de afgelopen jaren. Het franstalig onderwijs is onder de Europese gemiddelden gezakt, de veiligheid is er nog altijd in handen van verscheidene burgemeesters, de steunverlening is er nog altijd versnipperd onder 5 doodarme gemeenten, 5 steenrijke, en dan nog eens een 10- middenmoters tussenin. Bestuurlijke catharsis Wat tonen deze cijfers aan? Dat Brussel-19 onhoudbaar is en dat een fusie van de 19 gemeenten zich opdringt. Brussel kan zich als Vlaamse, Belgische en Europese hoofdstad niet ontwikkelen indien er voor thema’s zoals veiligheid, tewerkstelling, huisvesting, criminaliteit etc wordt gewerkt met twee (en vaak meerdere) snelheden. Brussel heeft nood aan één globale visie die het belang van héél Brussel nastreeft, en niet aan negentien visies die negentien verschillende belangen nastreven. Zoals professor Eric Corijn gisteren stelde in deze krant (De Standaard): “Iedereen heeft iets te zeggen in Brussel, niemand alles“. Brussel heeft daarom een bestuurlijke katharsis nodig. Een drastische hertekening en vereenvoudiging met het oog op meer transparantie en efficiëntie. Eén stad met o.a. één OCMW, met solidariteit tussen alle inwoners van Brussel. Alles begint bij de moed van de huidige Brusselse politici om zijn lot in eigen handen te nemen. Tot op vandaag hopen de Brusselse beleidsmakers steeds opnieuw dat financiële transfers vanuit Vlaanderen Brussel zullen redden. Brussel is echter al overgesubsidieerd. Uit de federale kas krijgen ze 2000 euro per inwoner. Vlaanderen moet het met 500 euro per capita minder stellen. Deze bestuurlijke operatie zal pijnlijk maar noodzakelijk zijn. Pijnlijk voor onze Brusselse politici – ze snijden in hun eigen vel - maar Brussel en Europa's hoofdstad zullen er alleen maar wel bij varen. Het enige wat het vraagt is politieke moed. Grote kans dat de Brusselse gemeenten zich op dat gebied ook bij de laagste gemeenten van België bevinden. Jan Vandenbussche admin Respect voor jezelf wensen betekent dat je ook de ander respecteert (Thierry Deleu)RESPECT! 1. Een nieuwe wetenschap van de politiek Respect voor jezelf wensen betekent dat je ook de ander respecteert! Dit is pure logica en toch zijn er zoveel mensen die dit niet (willen) begrijpen. Cultuur is dynamisch en wie met zijn tijd mee wil, moet zich voortdurend heroriënteren en heraanpassen. Wat wil ik hiermee zeggen? Simpel: wie niet bereid is om te evolueren, stelt zich nooit vragen en blijft op zijn standpunt. Stilstand is achteruitgang! Het scheppingsverhaal vormt de basis van de Bijbel. Het (natuur)wetenschappelijke denken vormt de basis voor de rest van de wetenschap. Het idee van hoe de wereld tot stand kwam en in elkaar zit, is bepalend voor de culturele bovenbouw. Aan het scheppingsverhaal heb ik - als intellectueel van vandaag - geen boodschap. Velen hebben schrik voor verandering of zijn “gehecht� aan de vertrouwde verklaringen. Deze twee categorieën zijn niet zo interessant, soms wel gevaarlijk wanneer zij fundamentalistische trekjes vertonen. Zonder opwaarderen, zonder aanpassing aan plaats, cultuur, persoon en tijd geraakt men de weg kwijt of verbijsterd in gehechtheid. Het resultaat is voorspelbaar: geen tolerantie, theologische verdeeldheid over een levende persoonlijke God, geen eenheid in verscheidenheid, wel fundamentalisme, heerszucht, minachting voor de ander. Boeiend zijn alle groepen van mensen die er tussenin liggen. Geloof en ongeloof zijn verouderde begrippen. Religie, hypocrisie, ethiek, relatie zijn de nieuwe deugden en ondeugden. Geloof is enkel nog reëel in seksgeloof en geldgeloof. Wie zich niet aanpast aan deze nieuwe werkelijkheid, wordt depressief en een depressieve mens is in drievoud gestoord in de tijd: het verleden ziet zwart, de toekomst is onzichtbaar en het heden is onaangenaam. Wetenschappelijke verklaringen - hoe juist die ook kunnen zijn - ontsnappen niet aan deze nieuwe werkelijkheid. De tijd is niet absoluut in de snelheid van veranderen met het licht, maar de tijd is wel absoluut in de kwaliteit van het veranderen zelf. Alles is in beweging. Het heeft geen zin ons te hechten aan een theorie in weerwil van die verandering, in weerwil van het absolute gezag van de tijd. Dit betekent dat God - zoals die werd geopenbaard - dood is en dat de gemiddelde, mechanische tijd hopeloos is verouderd. Dat wil bovendien zeggen dat wie het geloof bestrijdt met bijtende spot en cynisme, zich niet kan losmaken van dit geloof. Dat wil bovendien zeggen dat wie zich in zijn geloof consolideert, sociopathisch reageert, als een stekelige cactus. In mijn essay Schoon volk in de hemel dat verschijnt in het najaar van 2010, na zes jaar onderzoek en literatuur, houd ik niet langer de schijn op van gezag, vooruitgang en beschaving. Ik maak mij los uit mijn “persoonlijk, intellectueel en sociaal failliet� om een nieuw pad te bewandelen. De weg van de kennis, de analyse, de discipline, het respect. Het mag duidelijk zijn dat je met een egobehoefte, met economisch/juridische argumenten, met een conservatieve ethiek, met begrip voor zwakte de wereld niet zult verbeteren. Bouwen aan de Tempel van de Mensheid is “drie-wervig� (drie werven): een omslag in ons denken en handelen vanuit substantieel onderzoek, wetenschappelijke nuchterheid en principiële spiritualiteit. Zij die de Opperbouwmeester van het Heelal vrezen en zij die Hem afvallen zullen nooit uit hun narcofiele en angst-neurotische obsessieve depressie en cynisme geraken. Laten wij bouwen aan een wereld waarin een rationeel/democratisch evenwicht heerst tussen het menslievende verlicht humanisme en het materieel gemotiveerde, traditioneel moralistisch/pragmatisme. Theologie en wetenschap zijn niet persoonlijk genoeg. Het is - voor mij - duidelijk dat wij, van de wetenschap via de spiritualiteit en de religie van persoonlijke bekentenissen en bekeringen, moeten evolueren tot een samenleving die deze planeet bij elkaar houdt. 2. "Weters" en "Gelovers" Daar ik een schrijver ben en dus gedichten en verhalen schrijf die voor het grootste deel aan mijn verbeelding ontspruiten, - hoewel ik mij af en toe waag aan een essay dat al heel wat minder of helemaal niet fictief is -, zal het jou misschien verbazen dat ik belangstelling toon voor de wetenschap. De scheiding van Kerk en Staat betekent op geestelijk gebied de scheiding van geloof en wetenschap. Reeds in de laat-scholastieke filosofie van Duns Scotus (1628-1308) en Willem van Occam (1290-1349) is deze scheiding van geloof en weten volkomen. Het geloof is niet langer bovenverstandelijk, maar ligt soms overhoop met de menselijke rede. Elk van beide kan (hoeft niet) zich zelfstandig ontplooien. Het tweespan heet niet langer God en de ziel, maar mens en kosmos. Toch duurt het tot in de 17de eeuw voor deze filosofie opgeld maakt. Descartes en anderen verlenen echter “met groot vertrouwen� voorrang aan de wetenschap. “Zij die de rechte weg naar de waarheid zoeken, moeten zich slechts bezighouden met datgene waarvan zij zeker zijn.� De verdrukking van het geloof heeft hier alles te maken met de godsdienst(en) en hun wereldlijke macht of wereldlijke ambities. De scheiding van Kerk en Staat, van geloof en weten, is met andere woorden geen erkenning van de twee polen, als volwaardige spelers, maar het opdringen van een superieure wetenschap aan een inferieur geloof. De Kerk wordt beschouwd als een asiel voor “verdwaasden� of voor hen die twijfelen of angstig zijn. Geloven is voor het volk, dat bang is en naar alles grijpt dat troost en hoop kan bieden in bange dagen. Weten is voor de intellectueel! Vooral de Westerse godsdiensten hebben deze “inferieure� gevoelens uitgebuit en verzilverd. Verdwazing, twijfel, angst werden in hemelhoge gebouwen op een pateen aangereikt als het goddelijk lichaam. De (mis)wijn als het goddelijke bloed kwam de priester toe. Toen de scène afbladerde, bleef het scenario behouden. De omgeving buiten de kerk veranderde gestaag van hemdje, maar binnen de kerk bleef alles - op enkele details na - ongewijzigd. De magie verdween, de sleur verscheen, de “praktiserende� gelovers woonden routineus de vertoning bij. Geloven is helemaal iets anders dan “naar de kerk gaan� of zich onderwerpen aan de wil van de Kerk. Geloven is de eerste pijler en wetenschap is de tweede waarop Waarheid rust. De “weters� waren hun “wiskundig� ideaal getrouw en de “gelovers� liepen, naarmate zij kennis verwierven, over naar de eersten. Hoe reageerden de godsdiensten op deze “verlichtende boodschap�? Toen ineens brak de hemel open wanneer Erasmus Darwin (1731-1802) een lans voor de “ontwikkelingsgedachte� brak. Hij was de grootvader van Charles Darwin. De evolutietheorie zette alle wat voorafging op de helling. Het werk “van de geest� kon van voren af aan beginnen. De (ontzette) “gelovers� spartelden in hun wijwatervaten; de (verstandelijke) “gelovers� verlieten de Kerk, zij gingen ofwel schuilen in gesloten genootschappen ( de kerk-kapelbeweging) of werden fervente aanhangers van de “heidense Kerk�, “het geloof in de goddelijke harmonie�. In de 20ste eeuw tierden welig sekten en kalfde de aanhang van de Kerk opzienbarend af. Vroeger was het simpel. Toen was God de Onveroorzaakte Oorzaak, de Essentieel Existerende of de Grote Horlogemaker. God had het gedaan. God was de dader van de werkelijkheid. En toen vond de mens de wetenschap uit. ’t Was geen vrolijk nieuws en toch leek de relatie tussen wetenschap en geloof weer helemaal goed te komen. Klopt dat vredig beeld? Slimme mensen, bij wie ook de “verstandelijke� gelovers behoren, zeggen dat geloven niets te maken heeft met het voor echt aannemen van de uitspraken over werkelijkheid. Geloven heeft meer met “vertrouwen� te maken. Het geloof serveert verklaringen. Zoals de wetenschap verklaringen serveert. Kan de wetenschap alles verklaren? Neen. Zijn “weters� betere mensen dan “gelovers�? Neen. Zijn wetenschappers slimmer dan niet-wetenschappers? Neen. En toch, kennis groeit, God krimpt. Zullen wij ooit het antwoord kennen op de vraag waarom het heelal bestaat? Neen. Onze hersenen zijn daarvoor niet gemaakt. Moeten wij het antwoord op al die grote vragen blijven zoeken? Ja. Onze hersenen zijn gemaakt om antwoorden en verklaringen te zoeken. 3. Vrijheid en gezag De mens worstelt met de morele autoriteit en de uitoefening van de macht. Ik zou niet graag in Gods schoenen staan! Het heeft problemen als je je de macht toe-eigent! Dit ondervindt zijn Kerk vandaag. Ook gisteren, maar toen was er nog geen charter over de Rechten van de Mens! Zij kon lustig verbannen, inquisiteur spelen, vervolgen, verbranden. Maar nu? Nu moeten God en zijn Kerk de vrije wil van de mensen respecteren. Daarom kies ik al decennia voor “de liefde voor het goede� en niet zozeer voor “de speciale vermogens� waarmee je toch de vrije wil niet kan (mag) onderwerpen. Ik geef toe dat de combinatie van de begrippen vrijheid en gezag een probleem vormt. Natuurlijk moeten wij een bepaalde vorm van gezag erkennen om niet in een chaos van “iedereen tegen iedereen� te vervallen. Iedere bestuursvorm sluit een dominantie in, een hiërarchie, een stratificatie in maatschappelijke klassen. Wat is het marxisme meer geweest dan een “strijd om de middelen�. En vergis je niet: het was meer het gerommel in de bovenbouw dan in de onderbouw, de kleine mens is altijd dupe, marionet, de meest kwetsbare. Democratie was de oplossing, beweerden zij. “Zij�, de nieuwe machtsbelusten. “Democratie� is een ander woord voor “aristocratie�, “timocratie�, “oligarchie�. “Zij� zijn vandaag de vechtende vertegenwoordigers van een logge bureaucratie. “Zij� zijn ontvankelijk voor gezag dat corrumpeert. Van het traditioneel gezag van Kerk en edelen ontwikkelde zich het charismatisch gezag van dictators. Na Hitler, Napoleon, Stalin en Mao kwam het legaal-rationele gezag in de plaats. De autoriteit was een ambtelijke werkelijkheid geworden. Sociaal-psychologisch onderscheid ik vijf vormen van gezag: de macht van belonen (de aangepasten worden beloond), de macht van straffen (de wetsovertreders worden gestraft), de macht van delegeren, de macht van de verdienste en de macht van de deskundigheid. Niets is echter zo problematisch als de machtsbeluste mens die een twijfelachtige moraal heeft! Wat is het ideaal? Voor de enen een godbewuste wereld zonder tirannie en overbodige luxe en eigendom, voor de anderen een culturele wereld met mensen die bewust leven, vanuit hun hartstocht, voor nog anderen een wereld waarin gezag en orde heersen, voor mij een wereld waarin vrijheid en geluk het hoogste goed zijn. De politiek bepaalt niet langer de mate waarin vrijheid en gebondenheid moeten worden gecombineerd. Links-rechts heeft afgedaan. Er is geen eenduidigheid en klaarheid meer in deze opdeling. Politieke partijen bepalen niet langer wie zus en zo is, maar de mens zelf. Hij kiest uit veelheid een eenheid en uit ongelijkheid gelijkheid. De mens vindt “eenheid in verscheidenheid�, hij zoekt evenwicht tussen het kwantitatief individuele versus het sociale en tussen het kwalitatief concrete materiële versus het abstract ideële. Dit betekent dat gezagsuitoefening en materiële eigenbelang zijn keuze bepalen. Ook de belangengroepen in de samenleving hebben hun status verloren en hun integriteit in het handelen. Politiek, ambtenarij (in ministeries), belangengeroepen en rechtspraak vormen de verschillende opties van bestuur, ook al ontvangen zij een inkomen van dezelfde staat. In dit kluwen van bestuur zoekt de mens een uitkomst. Denk erom, de kiezer heeft een gezonde zin voor deze (politieke) werkelijkheid. Het probleem is echter dat hij of zij zo vaak gedesillusioneerd wordt (illusies die ook ontstaan uit een vals ego). De vrijheid van het individu moet keer op keer worden opgegeven voor het hogere doel. Hij of zij kan zich individueel geen toekomst uittekenen. De vrijheid die hem/haar wordt beloofd, is twijfelachtig. Illusies worden ook vaak gekoesterd uit baatzucht. Deze houding moeten wij afwerpen en leren de oorspronkelijke werkelijkheid onder ogen te zien. Slechts op deze wijze kan de mens het geluk vinden. Je kan de wereld niet verbeteren door je er tegen af te zetten, maar door je leven te verbeteren. Beter leven kan vanuit zelfrealisatie! De ingrediënten? Dankbaarheid, dienstbaarheid, individuele bevrijding, orde van leven waarin geen domheid en luiheid passen. 4. Schijndemocratie Democratie zonder een zelfzekere zin voor orde is een schijndemocratie. Democratie behoeft een “regels� waarin het begrip vrijheid niet meer zozeer aan chaos maar aan orde is gekoppeld. Verandering binnen een democratie gebeurt via een “zachte� revolutie, een “geleidelijke� omwenteling van het maatschappelijk denken. Wijze politici dwalen nooit van hun weg af en confirmeren zich aan de wet en aan het goede voorbeeld. De deur naar de utopie openhouden en de weg ernaar vrijmaken, zonder regels en afspraken is geen wijs scenario. Bovendien moreel iets anders voor ogen hebben dan het praktisch nut, is een moeilijke oefening, ook al is de ethiek valabel. Toch blijft verandering onvermijdelijk, want het handhaven van een status-quo om de burgers de kans te geven zich te verbeteren, zet hun aan tot verdere corruptie. Het morele vingertje lost niets op. Het beste uit een zachte revolutie halen met de mensen die eraan participeren, is beter dan verlichting bij te brengen en hen te willen opvoeden voor een andere wereld. Ik ben niet tegen “verlichting� (kennis) en “opvoeding� (onderwijs) en ook niet tegen “vrij ondernemen� en “vrije organisatie�, maar de morele en maatschappelijke consensus moeten worden gevolgd. Met het spel van de orde wordt niet zozeer de mens opgevoed, maar gerespecteerd. Alleen met dit respect voor de eenvoudige man als voor de ontwikkelde mens kan men van een werkelijk geslaagde politiek spreken. Politieke partijen en belangengroepen die zelfrespect en respect propageren en toepassen, kunnen overleven. Respect is bovendien de enige solide basis om samen te werken. Uit politiek die als één kracht tot stand komt, één harmonieus vermogen, ontstaat een betrouwbare rede die niet in zichzelf is verdeeld en niet in ideeën, begrippen en een overtuiging blijft steken. Een echte staatsman is iemand die probeert het idee van de orde der zienswijzen te relateren aan de natuurlijke orde van het leven. De liefde voor de kennis vormt soms een bedreiging voor hen die niet zo’n duidelijk idee hebben van de uiteindelijke werkelijkheid. Politiek is niet alleen opkomen voor je rechten, maar ophouden elkaar te bevechten. Wij moeten stoppen elkaar met illusies te bevechten, liever met elkaar tegen illusies vechten. Homo sapeins, de wetende mens, is onze naam! Oorspronkelijk was de tijd, maatschappelijk gezien, een religieus begrip. Politici verschilden in weinig van priesters. De orde der dingen, tijd en ruimte en het begrip maatschappelijke orde waren in de kern religieuze fenomenen, dachten de eerste filosofen. Wat niet wilde zeggen dat moed, matiging en gerechtigheid niet werden aangeprezen. Vandaag claimt de wereldorde respect voor de mensenrechten en de burgerlijke identiteit die daarbij hoort. Ik blijf er echter bij dat wereldvrede slechts mogelijk zal zijn indien enerzijds politieke partijen niet langer meer zullen vechten om verkozen te worden en anderzijds de mensen, ondanks hun verscheidenheid, samen en structuurbewust, zullen strijden om de illusie van valse vereniging te overwinnen. Thierry Deleu admin Wie crasht: het Vlaams Belang of de peiling? (Frank Thevissen)"Verhofstadt Piekt" en "Vlaams Belang crasht, LDD en Groen! winnen", zo titelde De Standaard afgelopen weekend zelfverzekerd de resultaten van haar eerste peiling in 2008. Eén voorpagina en maar liefst zes pagina's doorwrochten berichtgeving, analyses en commentaar. Geen enkel nieuwsitem deed qua ruimte tot hier toe beter dit jaar dan de electorale peiling van TNS-media, afgenomen bij 1000 kiesgerechtigde Vlamingen in opdracht van De Standaard / VRT. Dat deze peiling ondertussen een bedenkelijk palmares heeft inzake correcte inschatting van de electorale krachtenverhoudingen in Vlaanderen, werd achteloos opzij geschoven. Het lijkt wel alsof na elke verkiezing het geheugen van journalisten, commentaarschrijvers én politici collectief wordt gewist, om zich met vernieuwde ijver op de uiterst betwistbare resultaten te storten, alsof het een statistisch onderzoek betrof met enige politieke realiteitswaarde. Voor de partijen aan de 'winnende' hand, was de bewijskracht van deze peiling nog maar eens verpletterend. "Dit toont aan dat we goed bezig zijn", zo luidde het bij Groen! Voor Etienne Schouppe klonk het resultaat dan weer "aangenaam in de oren", terwijl de kersvers herverkozen Open VLD-partijvoorzitter uit het resultaat kon afleiden "dat Open VLD ook als partij weer meer gewaardeerd wordt." Elementaire randinformatie over de werkwijze ontbrak naar slechte gewoonte, maar met een beetje rekenwerk kom je al vlug tot enkele verrassende vaststellingen. Het onderzoek vermeldt dat van de 1000 respondenten ("Nederlandstalige kiezers in Vlaanderen, exclusief Brussel"), 6% geen stem aangaf. Dat is absurd weinig, hetgeen meteen verraadt hoezeer onbeslisten en twijfelaars door deelnameweigering zichzelf geruisloos wegfilteren bij dergelijke enquêtes. Nochtans zijn het uitgerekend deze kiezers die de dynamiek bij opeenvolgende verkiezingen bepalen en telkens opnieuw het mooi weer maken bij een stembusslag. Anderzijds blijken dan weer vooral gemotiveerde en politiek geinteresseerde kiezers met een uitgesproken electorale voorkeur bereid aan dergelijke telefonische enquêtes deel te nemen. Dat verklaart ten dele ook de opmerkelijke stabiliteit over de twee opeenvolgende metingen: statistisch zijn de nieuwe resultaten van maart 2008 immers volslagen identiek aan de resultaten opgemeten in november 2007. Op een staal van 1000 is de totale netto-verschuiving in politieke voorkeur die optrad tussen de peiling van november 2007 en maart 2008 gelijk aan welgeteld 17 personen. Bij een quasi gelijktijdige peiling in Het Laatste Nieuws was slechts 1 op 5 bereid om deel te nemen aan het onderzoek oftewel een uitval van maar liefst 80%. De peiling van VRT/De Standaard rept met geen woord over de uitval, maar stel dat dit percentage ongeveer overeenkomt, dan heeft dit onderzoek in het slechtste geval een representativiteitswaarde van ongeveer 20%. De flagrante scheeftrekking van de representativiteit door responsweigering, maakt dat deze steekproef in één klap naar de prullemand kan verwezen worden en de resultaten op geen enkele wijze vergelijken kunnen worden met de verkiezingsuitslag van 10 juni 2007. Het blijft ijdele hoop natuurlijk, maar misschien kunnen de volgende vaststellingen uit de peiling van afgelopen weekend, toch tot enige extra bezinning aanzetten. * "Het vertrouwen in de Belgische regering staat op het laagste punt in vele jaren" (39% vertrouwen in maart 2008 tgo. 58% in maart 2007), maar die opmerkelijke terugval van het vertrouwen blijkt zonder gevolg voor de electorale scores van de partijen die dit fors toegenomen wantrouwen veroorzaken. Met enige slechte wil zou je op basis van deze resultaten zelfs kunnen stellen dat politiek wantrouwen in de regering een voorwaarde is tot haar electoraal succes. * Ten opzichte de kamerverkiezingen van 10 juni 2007 'stijgt' het kartel CD&V/N-VA van 29.6% naar 31.3%. Dat is een - niet significante - toename met 1.7%, maar de grafiek op pag. 3 maakt daar meteen een vette, statistisch significante + 2.7% van; * Het Vlaams Belang verliest t.o.v. de verkiezingsuitslag van 10 juni 2007 in deze peiling -3.9%, al is de verkiezingsuitslag van 2007 als vergelijkingsbasis wetenschappelijk ongeoorloofd. Als de krant schrijft: "13% van de vroegere Belang-kiezers gaat naar het Vlaamse kartel, 9% gaat naar Open VLD en 6% kiest voor LDD", dan gaat het welgeteld om resp. 25, 17 en 11 respondenten die verschuiven. Het zijn m.a.w. zo'n 50 geïnterviewden in Vlaanderen die het Vlaams Belang laten crashen. Als men het marktaandeel van Spirit binnen het kartel SP.a-Spirit op 2.5% schat, dan gebeurt die berekening op basis van welgeteld 24 respondenten, verdeeld over heel Vlaanderen; * Na het Vlaams Belang is de tweede grootste verliezer, waar overigens geen melding van wordt gemaakt, de categorie 'andere' die 2.8% achteruit boert. De categorie 'andere' - bij reële verkiezingen toch telkens goed voor 2.5 tot 3.5% de uitgebrachte stemmen - haalt in het TNS Media onderzoek nauwelijks 0.7% van de stemmen; * "In de populariteitspoll van de politici werd niet meer gepeild naar vijf politici", zo signaleert het onderzoek. Waar dan wel naar gepeild werd, daar heeft de lezer het raden naar. Niet alleen werd de methode gewijzigd, ook werden nieuwe namen aan de lijst toegvoegd en andere afgevoerd. Deze ingrepen hebben uiteraard gevolgen voor het gemeten resultaat: Frank Thevissen is expert bedrijfscommunicatie en politieke marketing en was de man achter de "Stemmenkampioen". admin Najaar (Herman Van Rompuy)Het IMF gaf ons een ‘warning shot’ over het opvangen van de kosten van de veroudering van de bevolking en van de daling van de mensen op beroepsleeftijd. Het Planbureau hing veertien dagen geleden een ontluisterend beeld op van de voorbije verloren budgettaire jaren. Het herinnerde er mij aan dat ons land pas in actie schiet onder externe druk. Dat was zo in 1981 en in 1992. Telkens was het in een jaar van economische achteruitgang, wat maar in enkele jaren voorviel de voorbije zestig jaar. De Belgische frank fungeerde als katalysator en de Europese Unie legde ons onontwijkbare verplichtingen op. Vandaag is er niets van dit alles. De euro staat op een onwaarschijnlijke hoogte. De dollar is geen 26 fr. meer waard. Lager was hij haast nooit. De sterke euro heeft evenwel de stijging van de olie- en energieprijzen flink afgeremd. De economische groei vertraagt tot 1.4 pct. nu tot 1.2 pct. volgend jaar, ver onder de potentiële BBP-groei van 2 pct. Geen recessie echter hoewel de werkgelegenheid in 2009 wel zal afnemen. We zullen dus de nodige inspanningen moeten opbrengen uitgaande van eigen inzichten en overtuigingen. Het moeilijkste van alles. De sociale partners moeten meewerken. Het debat over de zgn. koopkracht heeft vooral een sociaal karakter i.p.v. een economisch. De gezinnen met de tien pct. laagste inkomens verloren ongeveer 1 pct. meer koopkracht dan gemiddeld voor de periode 2004-2007. De concurrentiekracht van de bedrijven is aangetast nu België een inflatie heeft van 4.5 pct. zijnde 1 pct. hoger dan het gemiddelde van de eurozone ook omdat we niet energiezuinig zijn. De bedrijven zullen er anderzijds moeten mee leven dat er voor echte lastenverlagingen geen budgettair geld. De onderhandelingen over de lonen en arbeidsvoorwaarden in het kader van het IPA 2009-2010 zullen inderdaad bijzonder moeilijk zijn. Vanzelfsprekend zal dit alles pas echt aan de orde komen na het ‘tweede pakket’ van deze vijfde staathervorming, na 15 juli dus. Meer federalisme zal evenwel niet beletten dat het gewicht van het vergrijzingsdebat op federaal vlak blijft liggen. De verzwakte economische groei voor 2009 zal de opmaak van de begroting voor volgend jaar lastiger maken. In elk geval mogen we de achterstand in de opvang van de vergrijzingsfactuur niet verder laten oplopen. De nabijheid van regionale verkiezingen in 2009 maakt de zaak niet makkelijker Herman Van Rompuy admin
|
|




